Lawaai
De civiele procedure tegen de Staat heeft als doel gezondheidsschade en verstoring van woongenot door vliegtuigverkeer te voorkomen. Daarom richt RBV zich op de thema’s: Lawaai, Vervuiling, Gevaar en Klimaat.
Lawaai
Lawaai is meer dan een jaargemiddelde
De hoeveelheid vliegtuiglawaai die bewoners rond Schiphol over zich heen krijgen, is ziekmakend. Inmiddels ondervinden meer dan 220.000 omwonenden ernstige hinder van het vliegtuiglawaai. Onderzoeken van de GGD/GHOR en RIVM laten keer op keer zien dat het voortdurende vliegtuiglawaai effect heeft op de gezondheid van de omwonenden in de Schipholregio. Voortdurende stress leidt tot een hoge bloeddruk en geeft een grotere kans op hartproblemen. En ernstige slaapverstoring is zeker niet goed voor de gezondheid.
De Staat gaat voor het bestrijden van ernstige hinder en slaapverstoring enkel uit van een jaargemiddelde luchtvaartlawaai, en gebruikt daarbij ingewikkelde modellen. Maar hinder voor de omwonenden wordt niet alleen ervaren in zogenoemde ‘jaargemiddelden’ (Lden en Lnight).
Hinder bestaat ook uit:
- Het aantal vliegtuigpassages. Hinder wordt niet alleen bepaald door het geluid van een individueel vliegtuig maar ook door de frequentie waarmee vliegtuigen overvliegen. De vrijwel voortdurende stroom van vliegtuiglawaai maakt het moeilijk om tot rust te komen. Die deken aan lawaai zorgt ervoor dat er geen ontspanning meer is. Dat sloopt een mens.
Hinder bestaat ook uit:
- Lawaaipieken. De hinder wordt niet alleen veroorzaakt door het gemiddelde geluidsniveau, maar ook door de voortdurende opeenvolging van geluidspieken. Steeds weer hoor je een vliegtuig naderen: het geluid zwelt aan, bereikt een harde piek en neemt vervolgens weer af. Nog voordat de rust is teruggekeerd, dient het volgende vliegtuig zich alweer aan met opnieuw een geluidspiek.
Hinder bestaat ook uit:
- Het ontbreken van rustperioden. Het ontbreken van rustperioden put je uit. Je lichaam kan zich niet meer herstellen van het constante lawaai. Rustperioden zijn nodig voor herstel.
RBV visie: Niet alleen de factor ‘jaargemiddelde’ is genoeg voor het bepalen van de hinder
- Uit tal van onderzoeken blijkt dat het niet mogelijk is om effectief te sturen op een vermindering van ernstige hinder en slaapverstoring door alleen uit te gaan van een jaargemiddelde.
- De andere hinderfactoren moeten zeker ook worden meegenomen, anders kan de schending van artikel 8 EVRM niet worden beëindigd.
- In het vonnis van maart 2024 heeft de rechtbank deze eisen afgewezen. RBV is het daar niet mee eens. In het hoger beroep legt RBV uit waarom de rechtbank dat wel had moeten doen.
Zie bronnen luchtvaart en gezondheid
RBV eist: Vanuit oogpunt van gezondheid en woongenot
- Dat rekening wordt gehouden met het directe verband tussen het aantal vliegtuigpassages enerzijds en ernstige hinder en slaapverstoring anderzijds.
- Dat rekening wordt gehouden met aanvullende hinderfactoren, door het invoeren van:
- minima aan duur en aantal van rustperioden;
- maxima aan het aantal vliegtuigpassages per tijdseenheid;
- maxima aan de te dulden piekbelasting vanwege vliegverkeer; voor de verschillende relevante tijdsbestekken van de dag, de nacht en de randen van de nacht (23:00–24:00 en 05:00–07:00).
Zijn ‘stillere’ vliegtuigen een oplossing?
De Staat is meegegaan in het verhaal van de luchtvaart over zogenoemde ‘stillere’ vliegtuigen. Op papier daalt daardoor het jaargemiddelde aan geluid, wat volgens de Staat ruimte schept voor meer vluchten.
Het probleem is dat uit de praktijk blijkt dat omwonenden een klein verschil in geluidssterkte niet of nauwelijks waarnemen. Of een vliegtuig met 78 decibel overkomt of met 75 decibel: een mens kan het verschil niet waarnemen. De computermodellen houden geen rekening met die menselijke maat en dus mag een vliegtuig dat 3 decibel minder lawaai maakt, plaats maken voor twee extra vliegtuigen. De deken van lawaai wordt daardoor niet alleen dikker, maar verandert in een bijna verstikkende constante aanwezigheid.
RBV visie: inzet minder lawaaiige vliegtuigen heeft geen effect, integendeel
Dat minder decibellen de inzet van meer vliegtuigen rechtvaardigen, is onterecht. Meer vliegtuigen in de lucht geven meer hinder. De Staat ziet dat niet zo, want die kijkt immers alleen naar geluidsgemiddelden. Minder decibellen leiden tot een valse aanname in de rekenmodellen. Maar die rekenmodellen worden wel, en dat totaal ten onrechte, gebruikt om de groei van de luchtvaart te rechtvaardigen.
WHO-normen zijn gezaghebbende, wetenschappelijke richtlijnen
1,5 miljoen mensen leven met luchtvaartlawaai boven de WHO-normen – 45 dB(A) Lden en 40 dB(A) Lnight. Dat is meer lawaai dan vanuit oogpunt van volksgezondheid toelaatbaar is.
De Luchtvaartnota bevat geen normen om de gezondheid van omwonenden voldoende te beschermen, terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dringend adviseert dit wel te doen.
Blootstelling aan geluid dat afkomstig is van de luchtvaart mag uit oogpunt van gezondheid, zo geeft de WHO aan, niet hoger zijn dan 45 dB Lden (overdag) en 40 dB Lnight (’s nachts). Rond Schiphol wonen 1,4 miljoen mensen die worden blootgesteld aan aanzienlijk hogere geluidsniveaus. Het feit dat de richtlijnen van de WHO niet worden gerespecteerd, is zorgwekkend. De WHO-adviezen met betrekking tot geluid en luchtkwaliteit zijn bedoeld om de volksgezondheid te beschermen.
RBV visie op de WHO-richtlijnen en hun noodzaak voor de gezondheid van de omwonenden
De WHO-richtlijnen mogen dan wel geen wet zijn. Maar dat wil niet zeggen dat er uit het oogpunt van gezondheid geen verplichting geldt om de richtlijnen zo goed mogelijk te benaderen. Het belang van de bevolking om niet te worden blootgesteld aan een hogere geluidsbelasting weegt in dat kader zwaar.
Wie steeds gezondheid opoffert om de luchtvaart ter wille te zijn, bedrijft geen belangenafweging. En in dit hoger beroep mag de Staat daar niet weer mee wegkomen.
Wat RBV kwalijk vindt, is dat de Staat weigert de WHO-richtlijnen zelfs maar als richtsnoer te gebruiken. Sterker nog: ze spelen op geen enkele manier een rol in het Schipholbeleid.
- …omdat ze ’te ambitieus’ zouden zijn.
- …omdat ze ‘lastig’ zijn.
- …omdat krimp van het vliegverkeer dan onvermijdelijk wordt.
En precies dát is de echte reden.
RBV eist vanuit oogpunt van gezondheid en woongenot
Gezien de vastgestelde schending van art. 8 EVRM had de rechtbank, ook indien hij van mening was dat de WHO-normen niet dwingend kunnen worden opgelegd:
- in elk geval de vordering van RBV moeten toewijzen om de verwezenlijking van die normen wel zoveel mogelijk te benaderen, en
- in elk geval de geluidsruimte die vrijkomt door minder lawaaiige vliegtuigen volledig moeten inzetten om de WHO-normen zoveel mogelijk te benaderen.
Afname gemiddelde geluidsbelasting is niet hetzelfde als afname van geluidhinder
De Staat blijft doen alsof geluidshinder losstaat van het aantal vluchten. Dat is niet alleen ongeloofwaardig, het is juridisch en feitelijk onhoudbaar. Meer vluchten betekent meer hinder. Dat is wetenschappelijk aangetoond, erkend door toezichthouders en zelfs vastgesteld door de rechtbank. Toch weigert de Staat het enige effectieve instrument te gebruiken: het verminderen van het aantal vliegtuigbewegingen.
In 2022 heeft de Staat zelf vastgesteld dat een luchthaven met 400.000 tot maximaal 440.000 vluchten zou volstaan voor een gezonde economie. Sindsdien is er geen afweging meer gemaakt die de groei tot 478.000 vluchten of nog meer rechtvaardigt.
Visie RBV: gemiddelde geluidsbelasting is iets anders dan geluidhinder
Meer vliegtuigbewegingen betekent meer hinder. Zonder krimp kan de schending van artikel 8 EVRM niet worden beëindigd.