SCHIPHOLWATCH doet oproep aan de regering: “Respecteer de rechtsstaat, voer het RBV-vonnis uit”

“De Nederlandse regering heeft met het structureel negeren van het vonnis in de zaak van Recht op Bescherming tegen Vliegtuighinder (RBV) een grens overschreden die een rechtsstaat zich niet kan permitteren”, aldus Schipholwatch in haar nieuwsbrief van 17 januari 2026. En Schipholwatch schrijft verder. 

“Waar burgers en maatschappelijke organisaties zich aan de wet en aan rechterlijke uitspraken moeten houden, kiest de overheid er bewust voor om datzelfde fundament te ondermijnen wanneer het haar politiek niet uitkomt. Dat is niet slechts bestuurlijke nalatigheid; het is een ernstige aantasting van de kern van de democratische rechtsorde.

Het vonnis van de rechtbank was helder: de staat moet de wet handhaven. Niet “op termijn”, niet “als het politiek beter uitkomt”, maar nu. De rechter stelde vast dat de overheid jarenlang heeft toegestaan dat Schiphol opereert zonder rekening te houden met de omwonenden. De uitspraak was geen advies, geen suggestie, geen vrijblijvende beleidsrichting. Het was een juridisch bindende opdracht.

Toch heeft de regering ervoor gekozen om deze uitspraak naast zich neer te leggen. In plaats van uitvoering te geven aan de rechterlijke beslissing, wordt tijd gerekt, worden procedures opgerekt, berekeningen opnieuw gemaakt en wordt de verantwoordelijkheid verschoven naar toekomstige kabinetten.

Beschermheer van de vliegindustrie
Ondertussen blijven de schadelijke effecten van de luchtvaart op gezondheid, leefomgeving en natuur onverminderd doorgaan. De staat gedraagt zich daarmee niet als hoeder van het algemeen belang, maar als beschermheer van een sector die al jaren boven de wet denkt te staan.

De weigering om te handhaven is des te ernstiger omdat het niet gaat om een detailkwestie, maar om fundamentele rechten: het recht op gezondheid, het recht op een leefbare omgeving, het recht op bescherming tegen overmatige vervuiling en geluidsoverlast.

Burgers die zich tot de rechter wenden om die rechten af te dwingen, mogen verwachten dat de overheid zich aan de uitkomst houdt. Nu de staat dat niet doet, wordt de rechtsgang een farce en het vertrouwen in de instituties uitgehold.

Ontwrichting
Het argument dat handhaving “maatschappelijke ontwrichting” zou veroorzaken, is een drogreden. Het is niet de rechter die ontwricht, maar de overheid die jarenlang heeft toegestaan dat Schiphol opereert zonder het vereiste mededogen. De ontwrichting is het gevolg van politiek falen, niet van juridische correctie. Dat falen vervolgens gebruiken als excuus om een rechterlijk vonnis te negeren, is een cirkelredenering die in een bananenrepubliek niet zou misstaan.

Ook het beroep op “complexiteit” is misplaatst. De wet is niet complex: een bedrijf dat zonder vergunning opereert, moet worden stilgelegd of in elk geval worden beperkt totdat het wel aan de regels voldoet. Dat geldt voor boeren, voor bouwbedrijven, voor horecaondernemers en voor burgers. Alleen voor Schiphol lijkt de regering te vinden dat de regels facultatief zijn. Dat is niet alleen juridisch onhoudbaar, maar ook moreel onverteerbaar.

Het niet uitvoeren van het vonnis is bovendien een directe ondermijning van de scheiding der machten. De rechter heeft gesproken; de uitvoerende macht weigert te handelen. Daarmee plaatst de regering zichzelf boven de rechterlijke macht en dus boven de wet. Dat is een gevaarlijk precedent. Als de staat vandaag een uitspraak over Schiphol negeert, wat weerhoudt haar er morgen van om uitspraken over klimaat, stikstof, mensenrechten of sociale zekerheid te negeren?

Juridische integriteit
De regering heeft de plicht om de wet te handhaven, ook wanneer dat politiek lastig is. Juist dan toont een rechtsstaat zijn kracht. Door dat niet te doen, kiest de overheid voor willekeur boven recht, voor economische belangen boven gezondheid, en voor politieke opportuniteit boven juridische integriteit.

Deze oproep is er daarom niet slechts een tot handhaving, maar een tot herstel van de rechtsstaat. De regering moet het vonnis uitvoeren, zonder uitstel, zonder omwegen, zonder politieke spelletjes. Niet omdat RBV dat vraagt, niet omdat omwonenden dat eisen, maar omdat de wet dat voorschrijft en omdat een democratische rechtsstaat alleen kan functioneren wanneer de overheid zich aan dezelfde regels houdt als haar burgers.

Het is tijd dat de nieuwe regering verantwoordelijkheid neemt. Niet door nieuwe commissies, niet door vertragingstactieken, maar door te doen wat elke burger allang had moeten doen: de uitspraak van de rechter respecteren en uitvoeren. Alleen dan kan het vertrouwen in de overheid worden hersteld. Alleen dan kan de rechtsstaat overeind blijven”.