Op 10 september j.l. meldden RBV en de Staat zich bij het Gerechtshof in Den Haag.
Daar vernam RBV het verzoek van de Staat om de uitvoeringstermijn, die zou moeten plaatsvinden binnen 12 maanden na de uitspraak van 20 maart jl. op te schorten. De Staat geeft aan de datum van 21 maart 2025 niet te gaan halen
De Staat vraagt bovendien om pas met de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep (de ‘hoofdzaak’) te beginnen, nadat door het hof op het schorsingsverzoek is beslist.
Onze advocaat Channa Samkalden van Prakken d’Oliveira heeft daarop een brief gestuurd naar het Gerechtshof met de volgende vragen: Om (1) een redelijke termijn voor ons antwoord op het schorsingsverzoek, om (2) dat schorsingsverzoek in een openbare zitting te behandelen én om (3) gewoon door te gaan met de hoofdzaak uit belang voor de omwonenden.
Ondertussen is de Staat wel drukdoende om maatregelen te nemen. Zo maakte de Staat op 27 juni 2024 bekend dat er een nieuw Luchthaven Verkeersbesluit (LVB) in voorbereiding is. Het laatste LVB was van 2008. De Staat heeft laten doorrekenen dat op basis van het LVB 2008 slechts 400.000 vliegtuigbewegingen zijn toegestaan. En daar hield de Staat zich al lang niet meer aan.
Een nieuw Luchthavenverkeersbesluit (LVB)?
Maar nu meldt de Staat doodleuk dat hij om aan het vonnis te voldoen, een nieuw Luchthaven Verkeersbeleid (LVB) voorbereidt. Ook meldt de Staat dat dit nieuwe LVB niet op tijd, dat wil zeggen pas uiterlijk maart 2025, kan worden gerealiseerd.
Middels dit nieuwe LVB kiest de Staat er voor om de ca. 500.000 vluchten (van 2019) alsnog te legaliseren. Of en wanneer dat maximum daarna wordt verlaagd, en hoeveel dan, daarover kan minister Madlener de omwonenden nog niets beloven. Het is in en in triest dat de Staat zo zijn oren laat hangen naar de luchtvaartmaatschappijen.
Ook verzoek van de luchtvaartmaatschappijen
Behalve het verzoek van de Staat aan het Gerechtshof tot opschorten van het vonnistermijn, ontving RBV via het Hof nog een tweede verzoek, namelijk het verzoek van de luchtvaartmaatschappijen om zich in de strijd te mogen mengen. Lees hierover in het vorige bericht.
De rechtszaak wordt langer, complexer en dus duurder
Deze verzoeken van èn de Staat en de luchtvaartmaatschappijen maken de rechtszaak helaas complexer, langer en daarmee ook duurder. Er zal dus meer geld nodig zijn om dit traject tot een goed einde te brengen. RBV zal (weer) een fors beroep doen op haar donateurs en op diverse fondsen. De RBV heeft nu eenmaal niet de bijkans onbeperkte middelen ter beschikking die de Staat en de luchtvaartmaatschappijen kennelijk wel hebben.
Tot slot: De route naar een passende luchthaven
RBV is en blijft van mening dat zij een ijzersterke zaak heeft.
RBV heeft een eenvoudige wens en dat is dat de Staat nu eindelijk tot een eerlijke afweging komt over welk vliegverkeer nodig is voor Nederland en wat draaglijk is voor de omwonenden.